Sculptor · 1988
Ik en Cecilia

Images
Hij weigerde de ogen te openen omdat hij bleef hopen dat hij de tijd zou kunnen bezweren.
Van binnen koesterde hij het verlangen naar een teken van een hand, naar een blik van een mens die zeggen zou dat alles voorbij zou gaan.
Hij vreesde dat alles misschien leugen was.
Hij voelde er zich inkrimpen tot een ding, tot een mens die in zijn kleine proporties terugvalt en geen behoefte meer heeft aan de illusie van de grootspraak.
De kern van zijn ziel was twijfel
Hij wilde ontluisteren, hoe dan ook. Maar zijn armpjes waren te kort.
Hij reikte niet eens tot de wolken,
laat staan tot de hemel.
Zo stond hij armwiekend te kijk in het landschap.
Verschrikt vlogen de vogels op uit de struiken.
Toen werd het helemaal stil.
Hij voelde nog in zijn vingertoppen de tintelende aarzeling vooraleer hij behoedzaam over haar haar streek.












